Diagnostiek door voelen

= onderdeel 3 diagnostiek (Extern en Intern)

Tast de hond af en kijk op welke plekken hij reageert. In de Westerse massage noemen we dit palpitatie.

Voel naar:

  • Temperatuurverschillen
  • Spierspanning
  • Pijn

Palpitatie

Om een nog beter beeld te krijgen van de hond, tasten we de hond af om te voelen waar er plekken op het lichaam zijn die een onevenwicht aanduiden en die ons verder kunnen helpen bij het stellen van een diagnose.

Bij het palperen letten we op de volgende zaken:

Temperatuurverschillen

Voel, als de hond het toelaat aan het kopje en de oren. Strijk zacht over de Blaasmeridiaan naar Bl 67. Daarna strijk je vanuit de schouderbladen over de Dunne Darm naar Du 1. Voel of er temperatuurverschillen waarneembaar zijn. Warmte kunnen duiden op stress, maar ook op ontstekingen, bijvoorbeeld bij de oren of in de gewrichten. Koude kan een indicatie zijn van een slechte doorbloeding, of koude in de gewrichten kan duiden op een Bi syndroom Wind/Koude of Flegma/Koude.

Spieren

Als je voor een tweede keer zachtjes over de Blaasmeridiaan en Dunne Darm meridiaan strijkt, voel dan met je duim of vinger of de spieren en het weefsel onder de huid strak gespannen staan of juist soepel aanvoelen.

Vacht

(dit doe je bij de palpitatie maar dit hoort ook bij diagnose door te observeren)

Bekijk de vacht en de huid. Zie je droge plekken op de huid of heeft de hond een huidaandoening. Zie je schilfers in de vacht, zo ja op welke plek. Schilfers over de hele huid is vaak een indicatie voor Long Droogte, terwijl schilfers op de achterhand juist duiden op een Lever Bloed Leegte.

Huid

Door de huid zachtjes op te pakken en weer los te laten, voel je of de huid strak of juist soepel aanvoelt. Dit doe je aan de zijkant van het lichaam waarbij je je andere hand op de borst van de hond legt.

Houd bij de palpatie de hond goed in de gaten. Reageert hij, verandert hij van houding, wat gebeurt er met de stand van de oren en de staart. Het zijn allemaal communicatiesignalen waarbij jij als therapeut goed op moet letten. Het zegt iets over de hond en als je de hond goed “leest” kun je je diagnose beter stellen.

Na de behandeling kun je nog eens terug gaan naar de gebieden, die jou bij de palpatie opvielen. Is het gebied waar eerst grote temperatuurverschillen te voelen waren nu beter, voelen de spieren minder gespannen, of heeft de hond nu minder pijn.

Diagnostiek door horen en ruiken = onderdeel 4 diagnostiek (Extern en Intern)

  • Hoor je de buik rommelen
  • Hoor je het dier ademhalen, hoesten
  • Blaft hij veel
  • Ruikt het dier uit zijn bekje
  • Ruikt de vacht van het dier
  • Hijgt de hond veel
  • Piept hij bij aanraking