Palpitatie

Voorafgaande aan de TuiNa massage, palpeer je de hond altijd. Dit doe je ook bij je anamnese, maar dan hoort het bij je diagnostiek. Omdat het palperen bij de start van iedere TuiNa massage wordt uitgevoerd, is deze beschrijving ook terug te vinden bij het hoofdstuk diagnostiek.

Bij palpatie controleer je een aantal aspecten:

  • Temperatuurverschillen
  • Spieren
  • Vacht
  • Huid

Temperatuurverschillen

Voel, als de hond het toelaat aan het kopje en de oren, strijk dan zacht over de Blaasmeridiaan naar Bl 67. Daarna strijk je vanuit de schouderbladen over de Dunne Darm naar Du 1. Voel of er temperatuurverschillen waarneembaar zijn. Warmte kunnen duiden op stress, maar ook op ontstekingen, bijvoorbeeld bij de oren of in de gewrichten. Koude kan een indicatie zijn van een slechte doorbloeding. Koude in de gewrichten kan duiden op een Bi syndroom Wind/Koude of Flegma/Koude.

Herhaal de strijking over de Blaasmeridiaan en de Dunne Darm meridiaan een aantal keer. Je mag ook tijdens een strijking wat druk geven op de drukpunten (Shiatsu).

Spieren

Als je voor een tweede keer zachtjes over de Blaasmeridiaan en Dunne Darm meridiaan strijkt, voel dan met je duim of vinger of de spieren en het weefsel onder de huid strak gespannen staan of juist soepel aanvoelen.

Vacht

Bekijk de vacht en de huid. Zie je droge plekken op de huid of heeft de hond een huidaandoening. Zie je schilfers in de vacht, zo ja op welke plek. Schilfers over de hele huid is vaak een indicatie voor Long Droogte, terwijl schilfers op de achterhand juist duiden op een Lever Bloed Leegte.

Huid

Door de huid zachtjes op te pakken en weer los te laten, voel je of de huid strak of juist soepel aanvoelt. Dit doe je aan de zijkant van het lichaam waarbij je je andere hand op de borst van de hond legt.

Houd bij de palpatie de hond goed in de gaten. Reageert hij, verandert hij van houding, wat gebeurt er met de stand van de oren en de staart. Het zijn allemaal communicatiesignalen waarbij jij als therapeut goed op moet letten. Het zegt iets over de hond en als je de hond goed “leest” kun je daarop je TuiNa massage aanpassen.

Als de hond in ontspanning komt dan ga je verder met de TuiNa grepen zoals deze staan beschreven in fase 1. 

Na de behandeling kun je nog eens terug gaan naar de gebieden, die jou bij de palpatie opvielen. Is het gebied waar eerst grote temperatuurverschillen te voelen waren nu beter, voelen de spieren minder gespannen, of heeft de hond nu minder pijn.

Technieken die je gebruikt binnen de drie fases.

Hieronder zie je een schema waarin aan elke fase de TuiNa technieken gekoppeld zijn die horen bij deze fase.